Nieuw_Amsterdam_Wilhelminakade_Rotterdam_23-08-1965tijdens de bijeenkomst in Duinzichtkerk heeft de voorzitter het navolgende welkomstwoord uitgesproken:

Van overleven naar overlevering

bericht van de NOS

Van harte welkom bij deze herdenkingsbijeenkomst van het einde van de tweede wereldoorlog in Azië. Komende donderdag 15 augustus is de officiële herdenking die bij vele mensen weer herinneringen oproept aan een pijnlijk verleden.
Dat oorlog wonden slaat in mensen en tussen mensen, weten we maar al te goed. De oorlog in Indië was bijzonder wreed en gewelddadig en bovendien was de situatie uiterst complex en de slachtoffers zaten tussen verschillende partijen en wisten niet altijd van welke kant hulp kwam of vanwaar opnieuw geweld verwacht kon worden. Vrienden en buren werden vijanden, vijanden werden bewakers en toen de oorlog afgelopen leek te zijn, was de situatie buiten de kampen soms gevaarlijker dan binnen de kampen.
Dit jaar staat de herinnering aan gestorven kinderen centraal als een bijzonder tragisch en pijnlijk gebeuren rond de meest kwetsbaren van een samenleving. Verhalen van de kinderen in de kampen en van kinderen buiten de kampen zijn verteld, maar er zijn ook verhalen van kinderen die bijna gered werden. Bijna.
We brengen deze en andere herinneringen naar voren van mensen die soms hebben weten te overleven en van mensen die het niet hebben kunnen overleven. Het gaat daarbij om mensen met namen en gezichten, mensen met een geschiedenis, mensen met hoop en verlangens op een toekomst. Ook gaat het hier om kinderen en jongeren van wie het prille leven in de jeugd werd gesmoord in geweld en ziekte en dood.
De mensen die deze herinneringen vertellen staan symbool voor de vele mensen die herinneringen met zich mee dragen. Mensen die hebben weten te overleven. Soms dankzij geluk en toeval, soms door eigen helder inzicht en moed, soms dankzij het ingrijpen van anderen. Dat overleven gaat niet zomaar en vanzelf: het overleven gaat met vallen en opstaan, is pijnlijk en soms onbegrijpelijk: “Waarom ik wel en zij niet?” Het overleven stemt mensen soms dankbaar, maar het overleven maakt ook schatplichtig jegens hen die gestorven zijn én jegens de samenleving van vandaag die voor de uitdaging staat om een vredige en gelukkige samenleving te zijn, voor niemand uitgezonderd.
Het overleven roept het gemis op aan hen die niet overleefd hebben. Mensen die de verschrikkingen van de oorlog in Azië overleefd hebben, verstopten lange tijd hun herinneringen. Sommigen wilden het zelf niet weten, anderen mochten er niet over praten en weer anderen werd simpelweg nooit iets gevraagd.
Maar het overleven vraagt om vertellen, om overlevering, om het delen van de verhalen. Het gaat hierbij niet alleen om het overleven van individuele mensen die hun geschiedenis willen vertellen, maar het gaat ook om het overleven van onze samenleving als geheel.
Onze samenleving wordt nog steeds geconfronteerd met verschrikkelijke verhalen van oorlog en vervolging. Er lijkt geen einde aan te komen. Het zijn verhalen over kinderen die moeten vluchten, over kinderen die gewond raken en die sterven. Het zijn verhalen over minderheden die hun eigenheid zien bedreigd, verhalen van bevolkingsgroepen die onderdrukt of uitgeroeid worden. Het zijn vaak verhalen van andere landen en werelddelen, maar wie goed kijkt ziet dat de wortels van wreedheid en onverdraagzaamheid dichterbij zijn dan ons lief is. Wie eerlijk kijkt naar het menselijke gehalte van onze omgang met elkaar, ook in het Nederland van 2013, ziet hoe mensen moeite hebben met samenleven met elkaar, met elkaar ruimte geven en hoe zij het moeilijk vinden om werkelijk te luisteren naar ieders eigen levensverhaal.
Mensen die overleefd hebben brengen door hun overlevering de oorlog en de verschrikkingen van de oorlog dichterbij. Daardoor wordt ons hart weer geopend en bewustgemaakt van onze verantwoordelijkheid om te waken voor vrede en democratie, om te waken voor de menselijkheid van onze samenleving, om waakzaam te zijn tegen tendensen van onverdraagzaamheid en populisme tegen bevolkingsgroepen. Als Haagse Gemeenschap van Kerken vinden wij het met de Duinzichtkerkgemeente een wezenlijke bijdrage die we kunnen leveren aan de verzoening met elkaar, aan de verzoening met het verleden opdat we beter kunnen overleven, opdat het overleven werkelijk leven kan zijn, leven met elkaar en zelfs leven voor elkaar.
Namens de Haagse Gemeenschap die deze samenkomst heeft georganiseerd in nauwe samenwerking met de Duinzichtkerkgemeente wens ik U een inspirerende bijeen komst toe.

dr A.J.M. van der Helm, voorzitter HGK