Tijdens de gebedsviering in de katholieke Elandstraat sprak voorzitter A.v.d.Helm de volgende verkondiging uit:
Preek kerkennacht 2013

Verwarring compleet: is het nu kerkendag of is het kerkennacht? Hoe kun je nu van een kerkennacht spreken als de activiteiten overdag zijn? Hier in Den Haag hebben we gekozen voor activiteiten op de dag en in de avond, terwijl elders men wel tot diep in de nacht bedehuizen kan betreden. Er zijn wel 50 plaatsen waar activiteiten zijn, van Achlum tot Zaandam, van Amsterdam tot Losser. Een Kerkennacht van wel 24 uur die over heel Nederland wordt uitgerold! We zijn blij dat we vandaag met u samen deze kerkennacht van Den Haag kunnen openen en ons bezinnen ons op het doel van onze kerk en de boodschap die we uitdragen.
Als kleine groep openen we deze kerkennacht met een gebed vanuit het besef dat we elkaar als christenen niet meer loslaten, dat we als inwoners van deze stad begaan blijven met al haar inwoners en allen die hier verblijven. In gebed en dienstbaarheid willen we als christenen onze bijdrage leveren aan het leven in deze stad.
Deze dagen is er nauwelijks van een nacht te spreken: de kortste nachten van het jaar. Het licht lijkt onze wereld te regeren. Maar we weten wel beter. Want terwijl onze boodschap die we als kerken uitdragen een boodschap is van onmetelijke liefde en onbegrensde vrede is, lijkt de wereld vast te lopen in angst en zinloosheid en onrust. Duistere krachten die met elkaar in gevecht zijn in Syrië, een oplopend aantal vluchtelingen en ontheemden, kritiek op hulporganisaties die langs elkaar heen werken en slechts zichzelf op de kaart willen zetten. Naast grote wereldwijde crises van hongersnood en kindersterfte, zijn er de kleine darma’s van gezinnen die met geweld uit elkaar vallen en gevolgen van crisis die in het persoonlijke leven van mensen pijnlijk zichtbaar worden. Loopt de mensheid aan tegen de grenzen van haar kunnen, tegen de grenzen van wat beheersbaar is? Heeft de mens antwoorden op de vragen en de kwesties waar ze momenteel voor staat? Welke bijdrage hebben wij als christenen daarin te bieden?
Is er een samenhang tussen de het verloren lopen van de mens in deze wereld en de Godsverduistering die we momenteel meemaken? Natuurlijk beseffen we dat het grondpersoneel van God zoals wij als pastores en voorgangers genoemd worden, ook delen in de zorgen en onmacht van deze tijd en cultuur. Wij staan daar niet buiten. Als mensen verwijten maken naar de kerken, trekken wij ons dat zeker aan. Wij stellen onszelf de vraag: waarop is ons leven gebouwd; waarop is onze kerk gebouwd als het niet in Christus geworteld is?
We trekken ons deze kritiek aan en willen ons steeds herbezinnen op het fundament van ons geloof: Christus die tot ons spreekt en ons roept en ons een opdracht geeft, omwille van de wereld waarin wij leven. Een opdracht om Gods barmhartigheid daar te brengen waar mensen die nodig hebben, om Gods vrede te brengen waar mensen leven in wrok en cynisme en leegte van zinloosheid en doelloosheid.
De Bijbellezingen vandaag zijn klassiekers die ons brengen bij de oorsprong van ons elan: de heilige Geest van Christus die uitgebluste en bange mensen doet spreken en doet uitgaan naar de wereld. Een Geest die mensen maakt tot tekens van Gods liefde. Een Geest die mensen inspireert om te lijken op Christus. Deze Geest helpt de mens om alle talen te verstaan en zichzelf aan anderen verstaanbaar te maken. Mensen gaan vaak uit van de verschillen en tegenstelling tussen groepen en volkeren en rassen en talen, maar door de Geest van God herkennen wij ondanks de verschillen in elkaar broeders en zusters, bondgenoten en tochtgenoten, mensen die met elkaar de ene wereld delen. We leggen ons niet neer bij menselijke grenzen tussen taal en cultuur, we leggen ons niet neer bij de grote economische verschillen die tussen landen bestaan: we willen die overbruggen door hartelijke en daadwerkelijke solidariteit.
In deze ene wereld wil God wonen met zijn barmhartigheid en zijn liefde en Hij roept ons tot zijn boodschappers van die liefde opdat we de mensen opmerkzaam maken op de plekken waar Hij aanwezig is en waar Hij mensen leven geeft, opdat de mensen zelf ontvankelijk worden voor het geschenk dat Hij te bieden heeft. Wij zijn niet zelf de bron, maar wij wijzen op de bron, wij kunnen op zijn best de bron weer uitgraven en weer doen stromen, maar God zelf is de bron. Het is aan ons om Gods naam bekend te maken tegen alle misverstanden en vooroordelen in: God zit de mens niet in de weg, maar God is de degene die de mens tot bloei kan brengen en tot ontplooiing.
De individuele mensen kan pas gedijen als hij zich broeder of zuster weet. De individuele mens kan pas tot bloei komen als hij/zij weet te geven én te ontvangen. De mens is geen autarkisch wezen dat opgevoed moet worden tot zelfredzaamheid en pure autonomie. Het beeld van het lichaam dat Paulus ons aanreikt vertelt van de mens die zijn rol speelt en zijn taken heeft binnen het geheel van de menselijke samenleving. Zelfs de mens die tot geen taak meer in staat is en kwetsbaar en afhankelijk in het leven staat, is onderdeel van het lichaam. Het is niet aan ons om daarin te snijden. De lichaamsdelen zetten zich in voor het geheel, en zo voor het geluk van ieder ander lichaamsdeel. Wij christenen weten ons onderdeel van de samenleving en wij delen in de pijn van de mensen die te lijden hebben. Het beeld dat Paulus ons aanreikt is niet beperkt tot één kerk en ook niet tot de christelijke kerken, maar de menselijke samenleving waar de kerken en de christenen zich deel van weten.
Op deze dag hopen we dat de deuren van kerken en harten van christenen open staan. We hopen dat deze kerkennacht zal verkeren in kerkendag waar het licht van God mensen verlicht en hoop geeft en moed. Dat we alle talen van deze stad verstaan en in de taal van de mensen van deze stad kunnen spreken en zingen!
Amen