Anton Houtepen

Door ds M. Veen, secr. HGK

Zaterdagavond 11 december jl. is op 70 jarige leeftijd prof. dr. Anton Houtepen overleden. Zijn gezondheid was sinds een paar jaar zorgelijk. Dat deed niets af van zijn volledige aanwezigheid in het oecumenische gesprek wanneer de ziekte op de achtergrond leek of hij zich weer sterker voelde. Zolang als ik hem heb gekend – vanaf eind jaren ’90 als student en later als gesprekspartner in verschillende oecumenische overleggen – is hij altijd bezield geweest vorm te geven aan de eenheid van de kerken en de blokkades uit de weg te ruimen die die weg tegen zouden houden samen kerk te zijn vanuit die ene (onverdeelde) God van de bijbel.

Het was een voorrecht deelgenoot te worden van zijn oecumenische visie op God, mens, deze wereld en de rol van de kerken al dan niet daarin. Op verschillende manieren wist hij het gesprek voor de eenheid van de kerken open te houden waar klassieke thema’s de nieuwe muren leken te worden die de kerken van elkaar scheiden, zoals de wederzijdse ambtserkenning en de theologie rondom het gezamenlijk vieren van de Maaltijd van de Heer. Hij bezat een gave om een ruimte te creëren waarin het gesprek gevoerd kon worden. Ofwel om het geblokkeerde gesprek te openen dan wel om openingen te zoeken om het gesprek bij voorbaat niet te laten blokkeren. De waardigheid van het mysterie van God en zijn liefde voor de mens bleef overeind. De menselijke onmacht vorm te geven aan die ene liefde vanuit die ene God bracht hij kritisch onder de loep.

Hoewel zijn theologie niet in één zin is samen te vatten. En hoewel het een kunst is zijn gedachten zó te verwoorden dat hij er zelf er geen kanttekening bij zou plaatsen, noem ik hier een thema dat m.i. van betekenis was voor hem: een pleidooi voor een oecumenische sociale ethiek gebaseerd op een waardenleer die afgeleid is van Jezus verkondiging van het rijk Gods volgens de evangeliën. Houtepen benadrukt dat vrijwel al die teksten betreffende het koninkrijk doelen op iets dat van belang is voor deze aarde, dit leven en deze geschiedenis, ook al verschilt het van de structuren van deze wereld. (Uit aarde naar Gods beeld, p.248). Het gaat hem niet om een rijk waarbij men krampachtig zoekt naar tekenen van Gods spoedige ingrijpen. Ook niet om een rechtstreeks beroep op de wil van God voor nationaal-politieke idealen. Noch om een moralistisch rekenwerk over plichtsbetrachting. Wel gaat het volgens Houtepen om een Rijk van God als handelingsbeginsel dat gebaseerd is op een waardenleer van het ene nodige, namelijk: zoekt eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid.” (Uit: Idem, p. 250) Een gerechtigheid die onlosmakelijk voor hem was verbonden met gerechtigheid voor de mensen in armoede of als vluchteling.

Een beeld om over na te denken in deze Adventstijd is, wanneer volgens Houtepen het rijk Gods geen utopie is voor een hiernamaals, maar een concrete hoop voor dit leven. En als we met Kerst de Vrede bezingen is het volgens hem voor de oecumenische theologie een uitdaging een theologie van vrede te ontwikkelen die niet alleen de kerken tot zichtbare eenheid brengt, maar dat doet door de kerken op hun gezamenlijke roeping tot vrede en gerechtigheid – in deze wereld – te wijzen die met de boodschap van het Rijk Gods is gegeven. (Geloven in gerechtigheid, p. 158). Voorbeelden voor hem die een God van vrede hebben gediend zijn o.a.: Dietrich Bonhoeffer, Mahatma Ghandi, Etty Hillesum, Johannes XXIII, Moeder Teresa, Roger Schütz, Desmond Tutu en al die velen die zich naamloos door hun visio Dei laten leiden. (Idem, p. 165). Hier klinkt m.i. ook een oproep aan de Wereldraad van Kerken en commissies zoals Faith and Order. Zelf is hij jarenlang betrokken geweest bij deze commissie die zich met name richtte op geloof en kerkorde.

We zullen in hem niet alleen een theoloog missen, maar ook een bezield mens die op allerlei manieren betrokken was op het wel en wee van een ander in deze wereld en deze tijd.