In samenwerking met STEK, Justice & Peace, Cordaid en de HGK werd op zondag 5 november een herdenking georganiseerd van de omgekomen vluchtelingen. Ik heb als voorzitter er een toespraak gehouden. De tekst staat hieronder.

 

Herdenking omgekomen vluchtelingen 5 november 2017

We staan aan de oever van een simpel watertje, een vijver, de resten van een slotgracht, ooit bedoeld om vijanden te weren.

Het water van de Middellandse Zee is voor veel vluchtelingen een enorme barrière en toch durven zij het risico aan om die te nemen. Er zijn immers allerlei lieden die hen maar wat graag het water over helpen. Zij hebben daar niet altijd de goede motieven voor, vaak worden zij gedreven door geldelijk gewin. En water dat zo onschuldig kan lijken als deze Hofvijver, kan echter door stormen en stromingen levensgevaarlijk worden. De paus heeft al gewaarschuwd dat de Middellandse zee het grootste kerkhof van Europa wordt. De afgelopen jaren zijn er duizenden per jaar, in 2016 7500, omgekomen in de zee. Vergeten we niet de tallozen die al in de woestijn van de Sahara zijn omgekomen!

De Hofvijver geeft ook uitzicht op de parlementaire gebouwen en de regeringsgebouwen. Daar is voortdurende een verhit debat aan de gang over de verantwoordelijkheid van de Nederlandse politiek in het vraagstuk van migratie, asiel en vluchtelingen, een debat rond gastvrijheid en integratie. Dat wij hier staan, buiten in dit weer met uitzicht op het water en op de parlementaire gebouwen is niet toevallig gekozen.

Vandaag gedenken we de gestorven vluchtelingen. Vandaag is het niet een gelegenheid om de grenzen te bepalen tussen wie migranten zijn, arbeidsmigranten of vluchtelingen. De aanleiding om hier te staan is de traditioneel christelijke gedenkdag van Allerzielen. We gedenken allen die ons zijn voorgegaan. Bij dit herdenken spreken gelovige mensen hun hoop uit dat de gestorvenen in Gods vrede zijn en in de ruimte van oneindige barmhartigheid mogen verblijven. Voor religieuze mensen staat het leven dat wij ontvangen hebben niet op zichzelf, maar is het een geschenk van de eeuwige, de barmhartige.

We koesteren dat leven en als wij onze gestorvenen gedenken, drukken zij uit dat ieder mensenleven kostbaar is in Gods ogen. Ook het leven van hen die naamloos en vergeten gestorven zijn, ergens in de Middellandse zee of in de Sahara of ergens anders op vluchtwegen. Wij willen hen niet vergeten ongeacht welke motieven zij hadden om de oversteek te wagen. Sterker nog, wij geloven dat allen die door de mensen worden vergeten, toch in Gods eeuwigheid een plaats zullen ontvangen.

Hun sterven zet ons wel aan het denken over de manier waarop we onze wereld hebben ingericht, een wereld waar grote migrantenstromen de wereld en mensen onrustig maken. Ik denk aan het evangelieverhaal van de rijke vrek en de arme Lazarus (Lucas 16, 19-31). We kunnen dit verhaal ook als een verhaal op macroniveau lezen: het rijke Westen en de vluchtelingen die proberen de drempel over te komen. In dit verhaal heeft de rijke geen naam terwijl de arme wel een naam heeft: Lazarus. Deze naam betekent in het Aramees (Eliëzer): God heeft geholpen. Het is maar net waar je de nadruk op legt:

God heeft geholpen. Deze mensen zijn tenminste geholpen. Of we lezen: God heeft geholpen: de mens liet het afweten.

Beide betekenissen kunnen gelden. Het gedenken van overledenen is altijd een appèl aan de levenden: wat is het leven ons waard? Hoe gaan we om met het leven dat ons geschonken is. Het motto ‘gedenk te sterven’ is bedoeld als een oproep om de kostbaarheid van het leven onder ogen te zien. Voor ons die vandaag de gestorven vluchtelingen gedenken, is het een appèl: kunnen we de wereld herinrichten opdat in de toekomst een einde komt aan dit drama van kwetsbare mensen die hun heil elders zoeken?

Het vluchtelingen vraagstuk is onlosmakelijk verbonden met het armoede vraagstuk en met oorlogshandelingen die in vele gebieden mensen zo angstig maken dat zij een toekomst elders zoeken. Soms voor zichzelf, maar meestal voor hun kinderen en hun familie.

Kerkleiders wereldwijd spreken hun afschuw uit over hetgeen er in de wateren en de woestijnen gebeurt. Helaas gebeurt dit nog onvoldoende, in ons land en wereldwijd. Een gezamenlijke stem van de christelijke kerken en van de wereldreligies en levensbeschouwelijke stromingen is nodig. Hier te lande en wereldwijd.

Ik heb de jongste toespraak van paus Franciscus gelezen die hij begin dit jaar heeft geschreven bij gelegenheid van de Werelddag voor migranten en vluchtelingen (14 januari 2017). De paus spreekt van vier acties die nodig zijn: to welcome, to protect, to promote and to integrate. Hij werkt deze vier werkwoorden verder uit. Dat zal ik hier niet doen. Maar het is wel duidelijk dat hier een veel inhoudelijker benadering is dan de Nederlandse overheid met de bed-bad-brood-begeleiding regeling voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Voor de paus is er geen onderscheid tussen statushouders en uitgeprocedeerden; voor hem heeft ieder mens heeft recht op een menswaardige behandeling. Het is een internationale verantwoordelijkheid die ook te maken heeft met een globale verantwoordelijkheid voor een beter evenwicht in de welvaartsverdeling.

Niet alles hoeft helemaal gelijk te zijn en we beseffen dat armoede een fundamenteel probleem is van de mensheid dat niet zomaar opgelost kan worden (armen zijn er altijd zegt Jezus). Maar dat onderstreept onze verantwoordelijkheid om op internationaal vlak te streven naar een betere welvaartsverdeling en dat betekent ook dat we misschien iets moeten inleveren van onze welvaart. Niet allen in Nederland, maar zeer velen kunnen inleveren wel wat inleveren omwille van de gelijkere verdeling. Dan moet het niet gaan om kruimels die van de tafel van de rijke vrek vallen, want die laat niets over voor de ander, maar om een gezamenlijke maaltijd waar de profeten van spreken en waartoe Jezus ons uitnodigt als Hij zijn eigen leven geeft: doet dit tot mijn gedachtenis. Geeft jullie hen maar te eten. Moge het gedenken van de gestorven vluchtelingen voor ons een appèl zijn van inzet voor gerechtigheid in onze samenleving.

Ad van der Helm, Den Haag,

5 november 2017